|
||||||||||||||||||||||||||||
|
The Big Bang auteur: Johan Van De Wiele (oud-speler en bestuurslid) De ploeg werd gesticht in 1972 door enkele vrienden van de Sint-Bernadettestraat en omgeving en heette FC Novacentrum, al vrij vlug daarna afgekort tot FC Nova, genoemd naar het eerste clublokaal, de parochiale kring van de Sint-Bernadettestraat. Het eerste seizoen werden alleen vriendenmatchen gespeeld met als thuisplein het oud veld van White Star Sint-Amandsberg aan de Potuit, waar nu de appartementsgebouwen staan. Een zandplein meestal met weinig gras en een grote houten tribune. De eerste voorzitter was Albert Van Hoorde en de secretaris Etienne De Visscher. Bij de spelers van het eerste uur behoorden Odilon Vereecke (vorig jaar nog op Eén te zien als opvoeder in het programma Zonnekinderen), Julien Moens, Luc Van Baveghem, Rudy Vereecke, de broer van Odilon, Albert Verthez, Dani?l Rochtus als keeper, en beter bekend bij ons nog Tony Reynebeau (jazeker voor de jongeren, de broer van tv-fenomeen Marc Reynebeau) en jawel Julien Haeck, die nog regelmatig samen met ons aan de toog hangt. Het tweede seizoen werd ingeschreven in competitie in het pas opgerichte LVV Melle, het verbond waar we nu (opnieuw) in spelen, met als thuisplein het veld aan de Afrikalaan, een klein slijkplein, aan de spoorweg, waar nu de Culture Club is. Dat jaar kwamen er enkele nieuwe spelers bij, de supersnelle Antoine De Waele, die jarenlang onze topscorer zou worden, en uw dienaar, Johan Van de Wiele. Hoe we dat seizoen afgesloten hebben in de rangschikking weet ik niet meer. Het tweede seizoen in competitie was in elk geval een echte voltreffer. We draaiden vlot mee in de top van de rangschikking en eindigden tweede of derde. Vooral op ons thuisplein waren we nagenoeg onklopbaar. Er werd keihard verdedigd onder aanvoering van Luc Van Baveghem, die toen stopper was in het eerste elftal van Excelsior Mariakerke. Als jullie denken dat ik kan roepen, dan hebben jullie duidelijk nooit met Luc gespeeld. Die brulde iedereen van het veld, was snel, beresterk met het hoofd en keihard in de tackle. Op het kleine plein aan de Afrikalaan, speelden we vooral de counter met de snelle Antoine De Waele als vlot scorende counterspits. Zoals het altijd is op een klein plein heeft de bezoeker het altijd moeilijk om zich aan te passen. Gewoon de ruimte beperkt houden en bij balrecuperatie de lange bal naar onze Antoine, die vlottekes door de verdedigingen slipte. Nieuwe sterkhouders dat jaar waren de kale Marcel Strumane, tot voor enkele jaren nog voorzitter van de basketbalclubs Gentson en daarna Gent Dragens, een sterke krachtige middenvelder, goed aan bal en met een goede pass, en ook een nieuwe goede linksachter Richard Verbrugghe. Euforie dus, en het jaar daarop heel wat nieuwe spelers. Enkele nieuwe jongeren waren Patrick Vereecke, de jongste van de broertjes Vereecke, en ook Eric "ik leef van mijnen pass" Boes en Louis Haeck, de jongere broer van Julien. En ook de enige echte Fons Van Hoorde als rechtsachter. Te veel spelers eigenlijk en daarom werd besloten met twee ploegen te spelen ... We waren dus met te veel spelers voor één ploeg. Onze voorzitter besliste met twee ploegen in competitie te gaan, om iedereen spelgelegenheid te geven. Er werden enkele spelers bij gezocht en ook gevonden, en we waren vertrokken in competitie met ploegen. Goede bedoelingen, maar met nefaste gevolgen. De beste in den A, en de minderen in den B. Gevolg. Naijver, ruzie, wie was goed genoeg om in den A te staan en wie niet? Demotivatie. Gevolg. Een aantal B-spelers bleven achter en dus was den B altijd met spelers tekort. Gevolg. Nog meer demotivatie. En den A die met titelambities gestart was, deelde in de algemene malaise en bleef op de derde of de vierde plaats steken. En ja nu voor al degenen van wie ik de vraag bij uitstek nu al de hele tijd luidop hoor denken, jawel, Julien en ik waren vaste A-spelers! Twee snelle backs, dicht op de man en keihard in het duel, zoals Luc ons dat permanent had ingepompt. Het jaar daarna opnieuw maar met één ploeg meer en zelfs met die ene ploeg waren we dikwijls met tekort. Enkele van de vaste waarden haakten af. Geen Luc Van Baveghem meer, geen Daniël Rochtus meer, en dus ook geen vaste keeper meer. Meestal met Albert Verthez in de goal. Die deed zijn best, maar een wereldwonder was het niet. Ook geen Marcel Strumane en geen Richard Verbrugghe meer. Eén speler die mij bijgebleven is, kwam toen nog onze rangen vervoegen. Johan Verfaillie. De anciens van EDUGO Glorieux van onze huidige ploeg kennen hem nu als hun gewezen studiemeester. Johan had altijd atletiek gedaan bij de Gantoise, sprint, supersnel dus. Onze voorzitter Albert was zo teleurgesteld door de malaise dat hij er de brui aan gaf en omdat er geen sfeer meer was, en weinig opkomst van spelers na de match in de kantine bij Jenny, en dus ook nog weinig inkomsten, raakte onze clubkas leeg. Crisis dus. Zouden we doorgaan met de ploeg of niet? Doorgaan betekende eigenlijk helemaal opnieuw beginnen, van niks opnieuw. Hoe het verder ging, horen jullie in een volgende aflevering van de onnavolgbare SEL-story. Op een maandagavond in de zomer werd verzamelen geblazen in de kring in de Sint-Bernadettestraat, voor een beslissende spelersvergadering. Algemene malaise. Slechts vier aanwezigen. Antoine De Waele, Johan Verfaillie, Julien Haeck en Johan Van de Wiele. Maar wel mannen met karakter natuurlijk! Al zeg ik het zelf. Oei. En met hoe minder, hoe rapper de zaken beslist zijn zeker. Wij beslisten door te gaan en de bestuursfuncties van het nieuwe FC Nova werden verdeeld. Antoine De Waele voorzitter, Julien Haeck ondervoorzitter, Johan Verfaillie secretaris en Johan Van de Wiele penningmeester. Er waren wel serieuze problemen, op zijn zachtst gezegd dan, we hadden geen geld meer en dus ook geen plein. Hoe zouden we dat oplossen? Niet eenvoudig. Maar het lukte. Aan de overkant van de kring was de landbouwgrond kort voordien door de stad onteigend in afwachting van de bouw van sociale appartementen en eengezinswoningen. Maar kort voor de fusie in de jaren zeventig was er weinig geld voor sociale woningbouw en bovendien was er na de fusie in 1977 in Gent veel goedkopere grond bijgekomen in Oostakker in de havenbuurt en dus waren de gronden aan de Sint-Bernadettestraat braak blijven liggen. De stad had ze laten inzaaien en had er twee keren twee goals op geplaatst voor de jeugd uit de buurt. En dus ging onze nieuwe voorzitter Antoine aan de Sportdienst vragen of wij daar wekelijks op zaterdag mochten voetballen en dat mocht en voor niets, want er waren geen kleedkamers. Volgend probleem dus. Waar konden we kleedkamers vinden? En ook dat konden we oplossen. Achter het Novacentrum was er al tientallen jaren een jongensschool. Die gebouwen worden nu gebruikt door de lokale scouts. Toen daar enkele jaren voordien de toiletten gemoderniseerd waren, was er daarnaast een reserveklasje gebouwd dat nooit in gebruik was genomen, omdat de school ondertussen gefusioneerd was met de meisjesschool naast de kerk en dus hadden ze ruimte zat. En wij schoon gaan vragen aan de schooldirecteur, broeder Paul Scholliers, alias Dikke Pol, een goede vriend van Boever , of we dat klasje mochten gebruiken om ons te kleden en ons te wassen. En dat mocht. Oef. En dat douchen dan, hoor ik de jongeren luidop denken? Awel vrienden wassen dat was in die tijd in bassinkes, plastieken wasbekkentjes, met koud water, waar overal een geutje kokend water van een waterketel werd ingegoten. Primitief. En niet zo efficiént na een modderbad. De eerlijkheid gebiedt mij erbij te vertellen dat dat toen nog bijna overal zo was. Dus zo erg was dat toen niet. En jullie kunnen ook wel wat verdragen nietwaar, een warme douche na de voetbal, wat is dat eigenlijk :-o? Ik ben het de afgelopen jaren zowaar vergeten. En nu maar voetballen zeker? Niets van. Wat is er nog nodig om te kunnen shotten. Juist een bal, dat was niet moeilijk, we brachten er zelf enkele mee, truikes, dat hadden we nog van het jaar voordien, en netten, dat schooide Antoine van de Novaboys uit de café naast de deur. En dan nog krijtlijnen. Dat was pas een grap. Voor een kar hadden we geen geld. Overigens van lidgeld was er toen nog geen sprake. Antoine, een onderwijzer, was gewoon van zijn plan te trekken. We spraken af en met een lang touw en enkele piketten werd het terrein dat nu achter de Stella Maris ligt met stukken en brokken afgespannen. Op het touw goot Antoine met een gieter een bijtend en ongetwijfeld bijzonder milieuonvriendelijk mengsel uit dat het gras onmiddellijk wegbrandde, zodat er lijnen kwamen. Voor elke wedstrijd strooiden we dan met de hand kalk over de kale lijnen. Ik kan u verzekeren beste vrienden, dat dit een ambetant kluske was, vervelend, en lastig in de rug, en het zag er bovendien formidabel idioot uit. Ge moet er iets voor over hebben, maar te veel is te veel en enkele maanden later werd met onze eerste tombolacenten een kalkkarreke gekocht. Oef. En dan maar voetballen. Oei, nog iets vergeten. Er moesten spelers bijkomen, want voetbal werd ook toen al met elf gespeeld. En ook dat lukte. Vooral Antoine boorde nieuwe bronnen aan. Via zijn connecties bij de vakantiekampen van de christelijke mutualiteiten ronselde hij drie nieuwelingen, Eddy de Serrano, een kleine, snelle, vinnige middelvelder, Dirk Lambelin, een rosse, grote, midden midden, en de one and only Bruno Van Daele, toen nog geneesheer in spe, een toffe pee, maar over zijn voetbalkwaliteiten zal ik het hier niet hebben. En ook de schoonbroer van Antoine Freddy Vervaet kwam erbij, een rijkswachter, dit is nota bene dat uitgestorven ras, dat nu federale politie heet. Freddy was en is nog altijd (ik kwam hem toevallig vorige maand nog tegen) een groot en een zwaarwichtig man, linksvoetig, veel inzet, en dus werd hij onze linksback. En out of the blue recruteerden we ook nog Patrick Van de Voorde, die later zijn naam liet wijzigen in Patrick Staelens, een familiezaak. Patrick was een hardwerkende middenvelder, echt een tomeloze wroeter met een goede techniek, en een zeer aimabel man. En ook Johan Verfaillie deed zijn deel. Hij overtuigde zijn broer Chris om ook te komen voetballen en zijn Oostakkers vriend Wim Lauwereys, nu ook bij de politie, maar in die tijd, jawel studiemeester in EDUGO Glorieux. Chris was freel maar technisch behoorlijk. Wim was een sterke speler, een echte voetballer van jongsaf aan. Ik moet zeggen dat we hierdoor opnieuw een behoorlijk goede ploeg hadden met enkele goede nieuwelingen, maar toch ook enkele zwakke schakels, dat is altijd zo als je op korte tijd veel nieuwe spelers nodig hebt, dan kan je niet kieskeurig zijn en bovendien het was toen ook al voor de lol. Ikzelf werd toen de keeper van de ploeg. Ik had het als jonge gast altijd graag gedaan, en ik was toen aan het eind van de jaren zeventig nog 25 kilo lichter dan nu. Ik was alle verhoudingen in acht genomen op dit niveau een goede lijnkeeper, ook behoorlijk in het uitlopen, maar zwak in de lucht, vanwege te kort afgezaagd. Ik keepte een jaar of vijf voor FC Nova. Nog een verandering. We stapten toen over van het Liefhebbers- en Veteranenvoetbalverbond van Melle naar het Voetbalverbond Groot Gent met de legendarische Carlos Van Sante als voorzitter. Het slabakte wat in Melle en het leek ons beter om over te stappen naar een beter georganiseerd verbond. We deden het de volgende jaren behoorlijk in de laagste reeks van het Groot Gent. We voetbalden moeiteloos in de middenmoot met af en toe eens een uitschieter, vooral als Antoine als onze supersnelle counterspits in goede doen was. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||